|
Limburgse mijnen Home Advertenties Brievenrubriek Medewerking Vragen Onderhoud site Links Bronnen Contact Auteursrechten |
|
Gedichten van en over Mijnwerkers |
|
De Mijnsluiting De mijnwerker Maar de man Zijn longen barstten Dáár was de sterke Maar ......... Menigeen huilde © Maus Sturmer, landgraaf Dit gedicht is ook te lezen op gedichten van Maus Sturmer
|
|
De
Mijnwerker Soms kilometers lopen in weer en wind de dag moest nog beginnen met het zorgen voor vrouw en kind
Diep in de mijnen graven naar kool in steen af en toe een woord of vloek hun behoefte gewoon in een hoek Zwart als de raven kwamen zij uit de schacht Vermoeid van 8 uur werken Een douche en schone kleren en dan…… naar huis De berg op stijl omhoog waar vrouw en kind op
ze wacht copyright © Maus Sturmer Landgraaf, 4 september 2008
|
|
KOEMPELPALAVER ZilverSnijders
Stefan Snijders & Anna Bemelmans Augustus 2008 Inhoudsopgave Koempelpalaver Inleiding -3-
Waar de aarde je van de aarde scheidt -4-
D’r Opa woar Koempel/Opa was mijnwerker -5-
Tutti Cadaveri – De ramp in Marcinelle -6-
Vergeten Goud -7-
Glück-auf -8-
Morgen -9-
|
|
Koempelpalaver – De mijnen – Inleiding Gefascineerd door het slopende en gevaarlijke leven van mijnwerkers, is ZilverSnijders zich verder in dit onderwerp gaan verdiepen. Natuurlijk is er ontzettend veel informatie op Internet te vinden, niet in de laatste plaats door een aantal oud-mijnwerkers die er een levenstaak van gemaakt hebben om een schat aan ervaringen, foto’s en relikwieën te verzamelen. Voor wie verder wil kijken, plaatsen we in de nota enkele links naar websites en een paar boek- en muziekverwijzingen. Het is niet altijd een mooi verhaal, en als je dichterbij het onderwerp komt, krijgt de romantiek vaak al snel een heel rauw randje. Uit de gesprekken met en over oud-mijnwerkers (koempels of koelpiet genoemd) blijkt vooral de ook letterlijk donkere kant van het leven ondergronds, de ziektes of kwalen die je er kan oplopen. De vele verhalen over missende lichaamsdelen, vooral vingers en handen, de levenslange verminkingen door het wegschieten van een stut of voortijdige ontploffingen van het dynamiet waarmee gewerkt werd, en zelfs onthoofdingen door kolentreinen; het geeft een kijkje op een wereld die je in een film verwacht, maar niet als dagelijkse realiteit van zovele mensen, waaronder mogelijk zelfs je eigen familieleden. Toch spreekt uit de verhalen van de koempels veelal de liefde voor dat leven, en een heel groot deel zou morgen weer teruggaan naar de mijnen als die mogelijkheid zou bestaan. Alle gevaren en barre omstandigheden worden als vanzelfsprekend op de koop toe genomen, en dat zegt ook wel iets over het leven en denken van vroeger. Het was gewoon niet anders… Uiteraard gaat het niet enkel om de steenkolenmijnen in Zuid-Limburg maar om mijnen overal ter wereld. Denk aan de mijnramp in Marcinelle te België, waar op de vijftigste verjaardag van de mijn op 8 augustus 1956 brand uitbrak. Bij deze grootste mijnramp ooit in Europa lieten 262 mensen het leven. Niet zelden worden we ook tegenwoordig nog opgeschrikt door (bijna-)rampen, zoals de gasexplosie in een kolenmijn in China waarbij in februari 2005 meer dan tweehonderd doden vielen. In 2004 stierven in China zesduizend mensen bij mijnongelukken. Ook in Rusland komen er, mede door het gebrekkige onderhoud en het achterblijven van investeringen in de mijnsector regelmatig ongelukken voor. Bij het horen van de slachtofferaantallen, is het eigenlijk vreemd dat deze sector zo weinig aandacht krijgt, in een tijd waar ieder groot of klein ongeluk onmiddellijk leidt tot onderzoekscommissies, lijvige rapporten en verbetervoorstellen. Er zou veel geschreven kunnen worden, het is een onderwerp dat daartoe uitnodigt. Voor nu hebben we ermee willen volstaan onze impressies in een aantal gedichten te verwerken, en deze serie zullen we in aansluiting op deze inleiding plaatsen. Mogelijk dat we later nog een keer terugkeren naar de mijn en al haar helden… Stefan Snijders & Anna Bemelmans Gebruikt dialect : Heerlens Boeken: Herinneringen aan de mijn Willem-Sophia – Manuscript van Frans Pilipiec De mijnen gingen open, de mijnen gingen dicht – Bert Breij – ISBN 90 6113 511 7 De mijnsluiting in Limburg –Dr F.A.M. Messing – ISBN 90 6890 214 8 Muziek (http://www.moorsmagazine.com/muziekbak/carboon.html ) - Witste nog Koempel – Carboon - (Telstar TCD 10140-2 als CD uitgebracht in 1993) - D’r letste Koempel deedt de lamp oet – Carboon - (Marlstone CDL 9305, 1993) http://www.limburgsemijnen.nl/ |
|
Waar de aarde je van de aarde scheidt Zij groeven met nijv’re vlijt;
Wie kiest er voor zó’n heldendaad? Nota: Bouwe ongergronds vuur d’r sjtaat – ondergronds bouwen voor de staat Loeter koalesjtub en miensjezjweit – enkel kolenstof en mensenzweet Woe de eëd dich van d’ eëd afsjeit. – waar de aarde je van de aarde scheidt Al vuur verwantsjaf, al vuur d’r kammeroad – alles voor verwant/vriendschap, alles voor de kameraad |
|
D’r opa woar koempel
over jouw lippen kwam nooit een klacht
d’r opa driënt zich de koelsigrette,
met z’n tweeën in een gang van steen
de oma sjmiert de koelbótt’ramme,
een grijsblauwe mijnhanddoek waarin je vracht
de koellampe hant de hoeëg heere, Nota: Strofe 2: opa draait zijn mijnsigaretten/ iedere keer zes per nacht / die neemt hij mee in een platte zilveren schacht Strofe 4: Oma smeert de mijnboterhammen heeft bruin- met witbrood en cervelaat gemaakt in vetvrij papier en een krant verpakt Strofe 6: De mijnlamp is in het bezit van de hoge heren je ransel en handdoek hangen hier op de kapstok maar jij bent weggegaan
|
|
Tutti Cadaveri - De ramp in Marcinelle Slechts luttele momenten na het sterven van de nacht, daalden zo’n driehonderd af, als immer, in de schacht.
De kooi blokkeerde in de mijn. Cassage was nooit een probleem, maar deze dag, weldra, sloegen de vlammen om hen heen.
Tweehonderdtweeënzestig, uit twaalf streken van de wind, lieten evenzoveel weduwen, alleen achter met hun kind.
Na vijftien dagen bergen, kon men de gevolgen overkijken, waarop die ene redder riep: Tutti Cadaveri: Allemaal lijken.
|
|
Vergeten goud
men roemt Limburg om zijn groene heuvels maar nimmer om de zwarte kuilen en gaten welke na ontginning van de mijnen dit land als aandenken werden gelaten
naast gescheurde gebouwen, onbewoonbare huizen, werd de schacht menig kompel tot sarcofaag en met het roven van antraciet uit de aarde reisde de grond mét het mijnen metersdiep omlaag
haast is het niets meer dan enkel historie maar gebleven monumenten vertellen het verhaal eren de mannen die dagelijks hun leven waagden D’r Joep, Sint Barbara, de Domaniaal’,
zo sneuvelden koempels, huizen, en banen ‘mijnschade’ kleurde ‘t land van ‘de koel’ langzaam grauw wat is welvaart behaald over koolstof in longen klatergoud slechts, getooid met een randje van rouw
Nota: {link,http://www.kerkrade.nl/site/data/image/1723.jpg,*D’r Joep*} Sinds 1957 staat d’r Joep, het nationale monument van de mijnwerkers, op de Markt in het centrum van Kerkrade. Het is een van de monumenten die ook tegenwoordig nog aan het rijke mijnbouwverleden van Kerkrade herinneren. In 1939 lanceerde Kerkradenaar Jean Hermans, zoon van een verongelukte mijnwerker, het idee om een monument op te richten ter ere van de mijnwerkers in de Mijnstreek. De situatie destijds (WOII) liet uitvoering van dit plan echter niet toe. In 1954 werd een comité ‘monument voor de mijnwerker’ opgericht om de plannen alsnog te verwezenlijken. Volgens het comité moest het nationale mijnmonument in Kerkrade komen omdat die plaats het centrum was van de mijnindustrie in Nederland. In 1955 werd een aantal kunstenaars via een prijsvraag uitgenodigd met de volgende opdracht: "Vervaardig een model voor de mijnwerker, in een figuur op voetstuk, waarin de adeldom van zijn arbeid, zijn stoere kracht en grootheid als mens wordt uitgebeeld. Het monument is tevens bedoeld als hulde aan hen, die hun leven verloren bij de uitoefening van hun beroep en aan hen, die als eersten de kolenontginning ter hand namen: de monniken van Rolduc." De inzending van de Amsterdamse kunstenaar Wim van Hoorn werd het hoogste gewaardeerd. De naam d’r Joep verwijst naar St. Jozef, de patroonheilige van de arbeid. Sint Barbara De beschermheilige van onder andere de mijnwerkers is Sint Barbara.
In de oude mijnstreek was 4 december, de feestdag ter ere van haar,
vroeger een feestdag. De Domaniale http://www.domanialemijn.nl/frame2c.php Aan de Domaniale Mijnstraat in Kerkrade staat ter hoogte van de Kipstraat een hoog, markant gebouw met lichtgeel bepleisterde muren. Het is de toren van schacht Nulland, één van de weinige tastbare herinneringen aan de mijnbouw in het Land van Rode. De mijnschacht in het Kerkraadse stadsdeel Nulland werd meer danhonderd jaar geleden … klik de link voor foto’s en informatie |
|
Glück-auf
Ik liet nimmer geluid horen, als ik kuste, welterusten, tot weerziens en even zwijgend nam ‘k de penning, bij de aanvang van mijn dienst.
Uit zwartvermoeide monden, klonk glück-auf van de nachtploeg die weldra thuis zou rusten, of toosten op hun afloop in de kroeg.
Waar ik het eerste streepje daglicht, ruilde voor ’t duister, de molton en met ‘t vertrouwen van mijn maats, mijn geboortegrond ontgon.
Waar ik negen uren doorbracht, Voor de vrije zonnemensen en waarop ik mijn penning teruggaf, om de nieuwe dienst glück-auf te wensen. Nota:"Gluck auf", de groet van mijnwerkers; dit zeiden ze tegen elkaar als ze afdaalden in de diepten van de steenkoolmijnen. Het betekent zoveel als "behouden terugkeer"
|
|
Morgen
Ik ging morgen weer terug ondergronds aan ‘t werk met de kameraden nieuwelingen met de koelsjtamp ontgroenen elkaar poekelen bij het baden
Ik ging morgen weer terug proemesjiek tegen ‘n droge bek kakken op de schop of in d’r kiebel onderin boetere met brood en spek
Ik ging morgen weer terug zou meteen mijn pungel klaarmaken ‘n mijnlamp meenemen tegen ’t gas en over elkaars leven waken
Ik ging morgen weer terug velen noemden ons zwoegen slavernij en toch, de saamhorigheid die we beleefden ging verloren in de haast van de maatschappij Nota: Koelsjtamp – ontgroening van nieuwe mijnwerkers, men hield een schop tegen je achterste en sloeg daar met een hamer op.Poekele – onderling elkaars ruggen wassen in het badlokaal. Proemesjiek – pruimtabak, tegen een droge mond. Beneden mocht uiteraard niet gerookt worden vanwege het gevaar. De pruimtabak hielp speeksel aan te maken, waardoor je geen kurkdroge mond van het stofslikken kreeg. Boetere – ondergronds nuttigen van botterhammen, tussen het werken door, gewoon met je pikzwarte handen. Kiebel – ondergrondse ton, die als wc diende, als je in een gang lag, kon je daar niet naar toe, dan moest het maar op je mijnschep, en daarna ergens onder kolengruis begraven worden, of door een gat zodat het de gang eronder terechtkwam. Niet altijd even fris dus. Pungel - een blauw/grijs geblokte handdoek waarvan de inhoud bestond uit de dagelijkse of wekelijkse mijnwerkerskleding. Deze werden aan haken opgetakeld in het badlokaal zodat de spullen droog bleven.
|