|
Longinstituut.
Van groot belang
voor het welzijn van de mijnwerkers
Onder bepaalde omstandigheden kan het herhaaldelijk inademen
van schadelijke stof-
fen als steenstof of koolstof een longziektedoen ontstaan,
welke in de volksmond sili-
cose heet. ln medische kringen spreekt men doorgaans van
pneumoconiose. Reeds in de
grijze oudheid zijn geleerden van naam tot de ontdekking
gekomen, dat deze ziekte
kan optreden bij mensen, die langdurig blootgesteld zijn aan
kwartsconcentraties
in de lucht. Onder meer is dit het geval bij arbeiders in
steenbrekerijen en speciaal in
ondergrondse mijnbedrijven. Symptomen van silicose zijn:
kortademig-
heid en veelvuldig hoesten, maar het is een grove misvatting
om te menen - zoals vele
mijnwerkers doen-, dat elke kortademig-heid meteen op een
geval van silicose wijst.
Even onjuist is het om zonder meer te stellen, dat alle
ondergronders bij hun werk
onherroepelijk silicose zullen oplopen. Meerdere medische
onderzoekingen heb-
ben namelijk aangetoond, dat silicosepatiênten uitsluitend
worden aangetroffen
onder die ondergronders, die vroeger op stofrijke plaatsen (o.m
aan het mineraal) werkten.
Hun aantal bedroeg tien jaar geleden nog
zeven en twintig procent
en is thans teruggelopen tot zestien Procent.
Preventieve maatregelen
Foto hieronder
Het Longinstituut der Gezamenlíjke Steenkolenmijnen aan de
Horizon.
straat 75 te Treebeek.
Dit opmerkelijke succes is te danken aan een complex van
preventieve maatregelen, die
inmiddels getroffen zijn, sinds sillcose, op 15
december1938, in Nederland als beroeps-
ziekte in de zin van de ongevallenwet is erkend. Tot deze
preventieve maatregelen behoort
o.a. de grootscheepse stofbestrijding opstofrijke
ondergrondse werkpunten, als-
mede de medische zorg van het longinstituut van de
gezamenlijke steenkolenmijnen,
dat aan de Horizontstraat 75 te Treebeek gevestigd is.
Twaalf jaar geleden kwam dit instituut op voortel van zijn huidige chef, tevens directeur van de
geneeskundige dienst van de
Nederlandse steenkolenmijnen, dr. A. V. M. Mey tot stand. De
dírecties van de verschillende mijnondernemingen gaven gevolg aan het advies van
dr. Mey om het ondergrondse personeel regelmatig te laten onderzoeken en
tegelijk besloten zij, geheel
vrijwillig, om voor gezamenlijke rekening een speciaal
longinstituut op te richten.
Daar silicose, volgens de huidige inzichten van de medische
wetenschap althans, niet
in curatieve zin kan worden bestreden, is het streven van
dr. A.V.M. Mey en zijn staf
van ruim dertig medewerkers, onder wie de drie longartsen:
dr. Ch. A. M. Hendriks,
J. van Elk en dr. V. H. Rutgers, erop gericht om nieuwe
silicose-gevallen te ontdekken,
alsmede om te trachten uitbreíding van het ziekteproces te
voorkomen.
Dit gebeurt onder meer door mijnwerkers met silicose, haar
gelang de resultaten van
de rontgenfoto's en van het longfunctie-onderzoek, aan
stofarm of licht werk te helpen.
Dank zij de intensieve stofbestrijding van het stofinstituut
neemt het aantal stofarme
plaatsen in het ondergrondse mijnbedrijf steeds meer toe,
zodat vrijwel elke silicose-patiënt ondergronds kan blijven werken. Voor de betrokkene
is dit én in psycholo-gisch én in financieel opzicht een groot voordeel.
Anderhalf.jaarlijks
onderzoek Foto onder
Stuk voor stuk worden de ruim zestig duizend longfoto's door
de artsen
van het longinstítuut bestudeerd.

Aanvankelijk strekte het róntgenologisch onderzoek zich
alleen maar uit tot het on-
dergrondse mijnpersoneel, maar sinds 1952 worden alle
personeelsleden van de geza-
menlijke mijnen om het anderhalf jaar door gelicht. Dit
onderzoek houdt verband met
de ook buiten het mijnbedrijf thans regel-matig
plaatsvindende bevolkingsonderzoe-
ken in het kader van de t.b.c.-bestrijding. Ofschoon de
eertijds zo gevreesde long-
tuberculose goeddeels is overwonnen, blijft waakzaamheid nog
altijd geboden. Door
stelselmatig onderozek kunnen eventuele t.b.-explosies
worden opgespoord. Dit is
vooral van belang voor industrieën met buitenlandse
arbeidskrachten. Deze perso-
neelsleden komen vaak uit landen, waar de t.b.-bestrijding
minder intensief geschiedt
als in ons land en derhalve zouden zij gevaarlijke
besmettingshaarden kunnen vormen.
Het róntgenologisch onderzoek van het gehele mijnpersoneel
is een omvangrijk en
tijdrovend werk, waarmee de staf van het Treebeekse
instituut telkens minstens an-
derhalf jaar bezig blijft.
Zestig duizend foto's
De doorlichting zelf vergt de minste tijd.
Uitgerust met een mobiel róntgenapparáat
reist een speciaal team van het longinstituut alle
mijnbedrijven af. Ruim duizend perso-
neelsleden worden per dag gefotografeerd, zodat de
doorlichting van de totale bezet-
ting van de Limburgse mijnen een kwestie is van hooguit twee
maanden. Nog sneller ver-
loopt het ontwikkelen van de gemaakte róntgenfoto's, hetgeen
in goed geoutilleer-
de donkere kamers van het longinstituut geschiedt. Pas
daarna begint het tijdrovende werk.
Rond zestig duizend róntgenfoto's moeten stuk voor stuk door
de longartsen deskun-
dig worden bestudeerd. Hun assistenten zorgen voor de
registratie van de medische
gegevens over de doorgelichte personeelsleden en het
bijwerken van de omvangrijke
carthoteek, die inmiddels wel ruim een half miljoen foto's
telt. Van ieder personeelslid,
dat sinds 1949 bij de mijnen werkzaam is,acht stuks ! ln
sommige gevallen is voortzetting van het
onderzoek gewenst, met name in die gevalIen, waarbij dè
kwaliteit van de foto geen
zekere beoordeling mogelijk maakt. Dit tweede onderzoek, dat
de personen in
kwestie in het longinstituut ondergaan, im-pliceert niet noodzakelijk,dat er iets aan de hand is.
Mocht dit wel zo zijn, dan worden de vereiste maatregelen
getroffen.
Moderne apparatuur
Foto links
Een speciole spyrogroof in combínotie met de
fietsergometer komt te pos oon het longfunctie-
onderzoek bij arbeíd.
Bij gevallen van t.b.c. wordt de verdere behandeling
overgelaten aan de daarvoor spe
ciaal ingestelde consultatiebureaus, waarmee het
longinstituut zeer nauw samenwerkt.
Bij siliocse-gevallen wordt al naargelang de aard van de
ontdekte longziekte, alsmede de
leeftijd van de patiênt, nagegaan in hoeverre een
werkverandering gewenst lijkt.
Teneinde daarbij tot een zo goed mogelijke beoordeling van
de stand van zaken te ko-
men, volgt na het róntgenologische onderzoek nog een apart
en zeer uitgebreid long-
functie-onderzoek. Met behulp van de meest moderne
apparatuur - de afdeling long-
functie-onderzoek van het Treebeekse instituut behoort tot
de best geoutilleerde
ter wereld! - wordt de capaciteit van de longen gemeten.
Dergelijke metingen, die ook bij niet-sili-
cose-patiênten worden verricht, verschaffen de medicus
waardevolle gegevens met be-
trekking tot de aard van de arbeid (licht of zwaar werk),
welke door de onderzochte
persoon kan worden verricht. Het longinstituut licht de
bedrijfsleiding, de bedrijfs-
arts en de huisarts van de behandelde mijnwerkers,
nauwkeurig over de verkregen
resultaten van alle longonderzoeken in.
Wetenschappelijk onderzoek
Foto beneden
Bij het bepalen von de orbeidsgeschiktheid
speelt het longfunctie-onderzoek een grote rol.
De meest moderne apporatuur stoot het long-
instituut doorvoor ter beschikking, o,a, deze
spyrograof, wootmee de longfunctie in rust-
toestond wordt gemeten.

Buiten al deze activiteiten doet het longinstituut veel aan
wetenschappelijke re-
search. Doorlopend worden onderzoekingen verricht en
ervaringen uitgewisseld met
binnen- en buitenlandse diensten op medisch gebied. Dit is
beslist geen overbodige
luxe, aangezien er nog tal van open vragen, met name met
betrekking tot het bijzonder
moeilijke en soms welhaast mysterieuze vraagstuk, dat
silicose heet, te beantwoorden zijn.
Dit neemt overigens niet weg, dat er toch reeds diverse
interessante ontdekkingen
zijn gedaan. Zo bijvoorbeeld met betrekking tot de samenhang
tussen stofrijk werk
en silicose of het samengaan van de twee longziekten :
tuberculose en silicose.
Wat het eerste probleem betreft, ziet het er namelijk naar
uit, dat de kansen op silicose
voor de ondergronders kleiner worden naarmate de stof bestrijding
krachtiter wordt
ter hand genomen. Ten aanzien van het tweede probleem toont
Nederland aan, dat
hier dank zij de succesvolle t.b.c.-bestrijding vrijwel geen
gevallen van silicose met dode-
lijke afloop meer voorkomen, zoals in het verleden, toen een
combinatie van beide
ziekten wel eens het leven heeft gekost aan jeugdige
ondergrondse mijnwerkers.
Voor de buitenwereld is dit zuiver wetenschappelijke werk
misschien niet direct erg
spectaculair, maar ook deze activiteit beantwoordt tenvolle
aan het voornaamste
doel, waarvoor het longinstituut van de gezamenlijke mijnen
werd opgericht: de be-
vordering van het welzijn van de mijnwerkers.
Cor Bertrand.
www.limburgsemijnen,nl © De Mijn 1960-1961
|